Verhaal: Doet het steeds weer

Published by steven gerards on

Doet het steeds weer

Als Paul Pietje gaat halen om samen naar de club te gaan, moet Pietje eerst zijn overhemd strijken, zijn gezicht scheren, zijn uhmm… scheren, want je weet maar nooit of hij vanavond scoort. Nog een “finshing touch” van zijn parfum dat hij van oma heeft gekregen, dat opa altijd opspoot tot aan zijn dood.
Zo heeft opa oma verleid, zegt hij tegen zichzelf in de spiegel.

Hij schrikt. Waarom zegt hij dat hardop? Heb ik stemmen in mijn hoofd, vader? Ben ik gek geworden?

Ondertussen toetert Paul keihard op de toeter van zijn auto, die lijkt op de auto van Sjonnie Flodder.
Als Pietje naast hem komt zitten, roept een fietser opeens: “Ha, gay!”
De handen van de jongens — wat ik vergeten was te zeggen — zaten heel dicht op elkaar.
Ze blozen naar elkaar. Snel brengt Piet de auto op gang. Op weg naar de club.

Maar ze vergeten dat ze eigenlijk met de fiets gingen, naar de club gingen, en daadwerkelijk aan de bar hingen in de club.

“Jongens, waren jullie aan het dagdromen over wat jullie vanmiddag hebben gedaan? Er zijn vrouwen in de club, dude.”

Pietje pakt Paul als een vrolijk meisje de dansvloer op. Ze dansen, dansen, dansen tot Pietje spider‑zintuigen krijgt. Hij kijkt op — een heel mooi meisje.
De tijd staat stil. Hij staat stil. Is hij een spaceshuttle? Want de tijd vertraagt in een beeld dat onwaarschijnlijk is. Is het het hart dat sneller klopt? Klopt het hart op het hart? Of komt het door de vreemde geuren die in de discotheek begraven liggen? Hij weet het dondersgoed, maar hij snuift deze geuren op. “Niks tegen mama zeggen,” zegt hij.
Hij kijkt domverbaasd dat hij dat zegt voor het meisje van zijn dromen.

nieuw kijk waar je loopt

Hopelijk hoort ze het niet. Ze lacht — o nee, ze lacht omdat we in de club zijn.
Waarom popt de naam ‘Steven’ in Pietjes systeem op? Hij kent niet eens een Steven.
O nee, wat als het meisje Steven heet. Dat is voor hem echt een afknapper, maalt hij.

In zijn hoofd loopt hij naar haar toe, staat zijn mannetje en zegt: “Hé, kom je hier vaker.”
In werkelijkheid klinkt het: “Bla bla ba.”
Het meisje is verbaasd. Is deze man nog van de wereld? Van déze wereld?
Ze lacht maar, met een denkbeeldig veertraantje dat voor haar gezicht hangt.

Ze stoot haar knie, verstrikt in haar eigen pijn, valt — maar Pietje pakt haar voordat ze de grond raakt. 

“Wat een genius!,” zegt Paul die meekijkt.

De avond wordt steeds prachtiger. Eindelijk mag hij haar aanraken op de ongewenste plekken, maar ze vindt het zo aangenaam dat het wenselijk wordt. 

Zelf zit Pietje al thuis, in gedachten, nadenkend terwijl hij haar doet op een tv van 2002. 

Toch gaan de gedachten en het beeld naar Catwoman, Black Widow en naar Sydney Sweeney in dat TikTok‑filmpje. Mmm, dat was heet. Waarom denkt hij aan die vrouwen terwijl zijn vrouw voor zijn neus ligt. 
Hij vindt dat mannen beter zijn dan vrouwen, daarom ligt hij boven zijn vrouw.
Maar in werkelijkheid is Pietje opeens een ijskonijn. 

Het meisje is een meisje gebleven en opeens vindt ze het niet meer leuk. 
Voor de helderheid: ze zijn nog in de club. 
En het meisje weet dat hij veel gemene gedachten heeft, want hij loopt over van het kwijl. 
Het meisje trapt in het gat van hem en loopt weg.

Paul zegt: “Volgende keer beter,” terwijl Hey Ya van Outkast uit de boxen knalt, terwijl Pietje met pijn op de grond ligt.

Het was zijn avond niet. 
Hij voelde zich als Shaquille O´Neal op zijn tenen nog wel — als Michael Jordan, als Epstein. 
O nee, hij bedoelt on screen, een beroemde celebrity op tv. 
Maar hij eindigde in het liedje van Siske de Rat.

De volgende dag is aangebroken sinds  die eerste keer dat hij deed, doet hij het elk weekend weer in de club, steeds loopt zijn acties in de soep. Op een dag denk hij na over dat die het steeds probeert, de pogingen van hoeveel keer hij het probeert, zelfs onder formule’s  werken niet. Hoe vaker die daarover denk, hoe meer die beseft dat hij nooit zo is.

Als jongens en meisjes in de wolken zijn dat, heet smoorverliefd zijn.

Vergeet niet: Pietje zit midden in de puberteit. Hij is veertien, maar gedraagt zich soms alsof hij elf is.

14 jaar is dat vervroegde puberteitschrap?— eerder dat typische puberale mengsel van stoerdoenerij en kinderlijke chaos.

Hij vindt zichzelf natuurlijk geweldig. Rockmuziek maken, volume op elf. Zijn ouders zijn geen fan, maar de buren kennen inmiddels elk nummer uit hun hoofd.

Na lang nadenken — en bijna overtuigd zijn van zijn eigen gelijk — gooit hij het ineens om.

‘Ik doe het niet meer,’ roept hij dramatisch.

Hij stormt naar zijn jas, zet zijn baseballpet op, draait zich om en zegt, precies zoals Ash Ketchum:

‘Kom. Daar gaan we.’

Het is als een kakkerlak ook zijn vreemd insect


0 Comments

Geef een reactie

Avatar placeholder